Bij wijze van introductie

Uitgelicht

Sorry, vergeef me, ik bedoelde het niet zo,

Soms hebben we spijt van ze en willen we ze terugnemen. Zijn excuses dan genoeg? We weten niet wat gezegd. Ze schieten ons tekort. We hebben ze nodig en toch zijn ze soms overbodig. Vaak te veel maar nooit genoeg. Er zijn er zoveel en toch heerst het onbegrip. Sommige dagen struikel je over ze en geraak je er maar niet uit. Ze liggen op het puntje van je tong. Je lijkt te spreken maar je kan het niet zeggen.

Woorden.

Wat is de waarde van een woord als een foto alles vat? Kan een woord nog raken als je om tastbaarheid smacht? Wat kan er nog gezegd worden als je je in de armen van je geliefde nestelt en lippen elkaar zoeken. Duizenden woorden geschreven op afstand zeggen niets naast de veelzeggende stilte van een aanwezige schouder als het verdriet stroomt.

Ik schrijf de woorden van me af, zoek naar het begrijpen van hetgeen niet wil begrepen worden. Ik wil grijpen in het ongrijpbare, tasten in het duister. Ik wil momenten vastzetten en beelden laten spreken. Ik wil schrijven om niet te vergeten. Mijn gedachten schreeuwen terwijl ik schrijf enkel zo krijg ik ze stil. Ik schrijf om mezelf te begrijpen zo leert een schrijver zichzelf kennen. Maar wanneer ben je een schrijver en wanneer ben je een dichter? Lezen we teveel en begrijpen we te weinig, of lezen we te weinig en begrijpen we te veel? Spreken we teveel, en zeggen we te weinig? Horen we teveel of luisteren te weinig? Soms zijn woorden stil, maanden gaan voorbij tot het overloopt.

De opluchting van een gedicht is groot.

Groot als de drang tot het analyseren in een wereld waarin zelfs de zin van het leven wordt getracht te kwantificeren. Ben ik te gevoelig of is deze wereld mij te hard? Zijn dit vragen als er geen antwoord bestaat?

Als ik schrijf ben ik dan een schrijver? Als jij dit leest ben jij dan een lezer?
Als dit een introductie is volgt hier dan een blog?
Welkom, doe alsof je thuis bent.

 

Lily Edwards

Advertenties

Vrij

Veel dank aan Schamper, het onafhankelijke studentenblad van de Universiteit Gent, om mijn gedichtje te publiceren.

Niets is sneller dan het ongeluk

Je kent het wel het cliché waarbij je het ene moment afscheid neemt van een persoon en het andere moment elkaar halsoverkop terug ziet terwijl je elkaar liever niet had teruggezien al zeker niet in zo’n toestand waarbij het ongeluk mee gemoeid is. En dan dringen de woorden binnen die je al zoveel keer las, maar nooit ter harte nam.

Plots besef je dat niets er echt toe doet. Niet vandaag, niet morgen, misschien wel nooit meer.

Alsof het plots duidelijk wordt dat het leven dat je tot hiertoe leidde nooit zinvol was, de drukte niet en als zeker niet de alledaagse stress. Maar waarom doen we dan alsof we zo nodig moeten doen wat we doen, alsof ons leven er vanaf hangt.? Waarom blijven we met z’n allen in het systeem van het leven als opgejaagd wild vooruitvliegen, terwijl niets er echt toe doet? Of moeten we elk om de beurt met onze neus op de feiten gedrukt worden?

Soms lijkt het alsof dat we de zaken die we door het leven ontvangen hebben, kregen omdat het leven ons dit wilde geven terwijl wij nooit hebben genomen wat wij van het leven wilden krijgen. Waarom lijkt het leven pas te beginnen als de sterfelijkheid tot ons doordringt, net als de moed in onze schoenen geschonken is wanneer we moeten afgeven wat we altijd als normaal hadden aanschouwt. Als het leven zin krijgt door het eindig karakter, krijgt alles in het leven pas waarde omdat het ‘wegneembaar’ is?

Tijdelijk en permanent komen al te vaak in elkaar verweven. Het leven gaat verder al staat het jouwe stil. De tijd is niet te grijpen en het leven leidt het zijne. Doe jij dan jou zin of volg jij het mijne of het zijne?

Het vreemde is dan dat na maanden van dit besef het leven weer zijn gang gaat. Als wordt weer bij het oude, zelfs het druk maken om niets. Misschien mogen we ons gelukkig prijzen als we ons kunnen zorgen maken om het kleine (dat er toch niet echt toe doet). De stress om kleine alledaagse dingen als grote geluk omdat er een dag komt waarbij je naar iemand zwaait ter afscheid en elkaar halsoverkop terugziet…

 

Lily Edwards